Ubbergen


Van Gendt naar Ubbergen

Zoals in het hoofdstuk over de Erlecomsedam al staat beschreven weekt het aan de overzijde van de Waal gelegen Erlecom halverwege de 18e eeuw economisch los van Gendt. De bestuurders van beide zijden komen overeen dat ieder grotendeels zijn eigen kosten gaat dragen voor het herstel van de regelmatig doorbrekende dijken.

Het is 8 oktober 1751 als de Gerfden van Erlecom en de heer van Gendt en Erlecom D.B. des Vilates het met elkaar eens worden. De kosten die het voortdurende onderhoud aan de dijken met zich meebrengen drukken zwaar op Gendt. Hoewel Gendt en Erlecom een bestuurlijke eenheid zijn onder Des Vilates zijn beide partijen het met elkaar eens dat de Erlecommers meer moeten gaan bijdragen aan het versterken van hun eigen dijk ten zuiden van de Waal en minder kosten krijgen voor de dijkversterkingen bij Gendt. Omgekeerd gaan de Gendtenaren het overgrote deel betalen van het onderhoud aan hun dijk ten noorden van de rivier en raken ze de kosten voor de Erlecomsedam kwijt. Niet alle Erlecomse gerfden kunnen zich overigens vinden in de afspraak. Toch stemmen zij in, omdat ze hun rechten mogen afkopen.

dijkrecht
Kenden Gendt en Erlecom vanaf december 1723 een gezamenlijk dijkrecht, vanaf deze dag hebben beide zijden van de Waal hun eigen recht, zo staat te lezen in de Inventaris van het archief van de Buitenpolder Erlecom, 1700 - 1943. De partijen 'mede in der vriendschap gescheiden zijnde' dragen vanaf dat moment hun 'eijgen costen'.

En er zal nog heel wat betaald worden. De dam wordt in 1764 opnieuw volledig hersteld. In 1757 is de hele polder onder water gelopen. In 1761 zijn er dijkdoorbraken geweest. De Waal is in die jaren onrustig, slaat stukken land weg. Zo ook boven en beneden de Kleverburgh. Uit noodzaak wordt tien jaar later, in maart 1774, een volledig nieuw bestek gemaakt. De dijk wordt op delen verlegd.

Bestuurlijk wordt alles anders als ongeveer 20 jaar later de Fransen Nederland binnenvallen.


Na de Fransen

Erlecom wordt na de Franse bezetting bij de gemeente Ubbergen gevoegd. Dat gebeurt in 1818. Bijna twintig jaar later, in 1837, wordt de polder bij Koninklijk besluit ook officieel voor het waterbeheer tot Ubbergen gevoegd. Burgemeester van Ubbergen, Hermanus van Kuijk, wordt tot poldermeester benoemd.

Over die bestuurlijke herindeling volgt hier later meer.

Overigens zal de Erlecomsedam pas na de grote dijkdoorbraak van 1926 tot een waterkerende dam worden gemaakt. Dan pas is de Erlekomsche Buitenpolder officieel geen buitenpolder meer.