Erlecomsedam

Metingen

Het is 13 maart 1682 als Nijmeegs landmeter P. Bruyns en zijn Kleefse collega Frans van Seerhem in opdracht van Rentmeester Wachtendorp, burgemeester van Erickum, en rentmeester Van Triest hun metingen voor een nieuwe zomerdijk presenteren. Hun tekeningen zijn bewaard gebleven in het Gelders Archief. Die tekent aan dat de kaarten mogelijk in een proces zijn gebruikt.

Of dat zo is, is niet bekend. Duidelijk is wel dat er een dijk moet worden aangelegd vanaf de al bestaande dijk bij Kekerdom tot aan de Middelweerd. Met die Middelweerd wordt waarschijnlijk het 'Eijlant' in de Waal bedoeld dat door de veranderende Waalstromen is ontstaan tussen Ooij en Bemmel, daar waar nu ongeveer de Bisonbaai ligt. Er ontstaat dan ook gedoe over wie eigenaar is. Die Middelweerd is op een kaart uit 1625 nog goed te zien, maar is rond 1682 al bijna helemaal tot de Bemmelse uiterwaarden verworden.

Gescheiden
Ergens eind 15e eeuw is Erlecom gescheiden van Gendt. De Waal heeft zich een weg geploegd door wat toen nog de uitgestrekte Gendtse uiterwaarden waren en het stuk land zo toegevoegd aan de polder.
Het valt te lezen in een processtuk uit 1548 tussen de heer van Ooy en Gerrit Kerskorf c. s. over 'het recht van visscherij'.


Het is wair, dat die Waill oer rechte diepte ende oeren volkommen curs ind loep tho hebben plach naest der Duyffelscher ende der Oyscher siden langhs die Loeter helle durch den stranck, der nu genuempt woirdt dat Oysche water ende doe genuempt was die Waile. Hett is oick die wairheit, dat die Erlicum op ghien side der Wailen naest Ghent gelegen was ende dat men uitter Erlicum somwilen droechs voetz tho Ghent gain ind kommen mocht oever die plaetz, dair nu die Waell hynne loept ende doe nyet tho loepen en plach.
Naederhant is die Waill baeven des heren van Oeys heerlicheit doergeschuert ende heeft oeren curs ende loep genoemen naest Ghent toe unnd heeft Ghent und die Erlicum gescheiden.


Maar al eerder staat de doorsnijding op een getekende kaart uit 1495, en in schrift, als Henrick van Gent, erfhavemeister, in 1506 de visrechten krijgt over (vrij vertaald) de heerlijkheid en hoogheid van Gent, groot en klein, ook het afgescheiden deel dat vroeger in de Overbetuwe lag. Het staat in het Leenaktenboek van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen.
De bestuurlijk nog tot Gendt behorende gemeenschap is met die veranderde loop van de rivier aan de overzijde en buiten de bestaande dijken komen te liggen die Leuth, Wercheren, Persingen en Ooij tegen het water beschermen. Op bovenaan deze pagina afgebeelde kaart uit 1696 is dat te zien (De kaart is omgedraaid zodat het noorden boven ligt). Er staat nog geen dijk op ingetekend. Die aanleg start pas tussen 1712 en 1717. klik op de kaart voor de grote en omgedraaide versie.

Dat is al anders dan de kaart uit 1620 waarop ook de oude loop van de Waal, het Oijse Water (nu de Ooijsche Graaf) te zien is als die nog volop een rivier is. Erlecom is dan al jarenlang een eiland in de Waal. Een eiland dat al in schets getekend is in het jaar 1544. In de jaren daarna besluit Diederik Quadt van Wickradt dat nieuwe eiland 'in te pikken' door er een groot omgracht buitenhuis op te zetten, de Kleverburg.



In onderstaande korte video is goed te zien hoe de Waal zich tussen 1520 en 1920 heeft bewogen.






De Waal is onrustig. In de honderd jaar nadat de tekeningen van P. Bruyns en Frans van Seerhem zijn gemaakt, wordt er aan de nieuwe zomerdijk gewerkt. De dijk en de polder worden in die tijd geplaagd door dijkdoorbraken.
Daarover leest u hier meer.